Woord v/d week:

PIENTER

Bijvoeglijk naamwoord
 
Daarnaast soms ook piender. Ontleend uit Javaansch pinter, in denzelfden zin.
 
Slim, bij de pinken, gewikst. In toepassing op personen die vlug van begrip en bij de hand zijn, die zich weten te redden, of ook wel in ongunstigen zin een ander te gauw af zijn.
 
Een pientere, iemand die pienter is.

Eervolle vermelding:
-Heupflacon
-Zeem